Tot 40% korting op onze gehele vleugelcollectie
Bij Steinway vs Bösendorfer vergelijkt u twee absolute topmerken die allebei met de hand worden gebouwd, maar die een verschillend klankideaal nastreven. Steinway, met wortels in New York en Hamburg, staat bekend om een krachtige, heldere toon die grote concertzalen moeiteloos vult. Bösendorfer, sinds 1828 gebouwd in Wenen, zoekt juist een warme, zingende en transparante klank die vaak als typisch Weens wordt omschreven. Geen van beide is objectief beter; de keuze draait om welk geluid en speelgevoel bij u passen. Hieronder zetten we bouw, klank, de befaamde extra bastonen en de prijs naast elkaar.
Vind uw match in een paar stappen
Het grootste verschil zit in de manier waarop de kast van de vleugel is opgebouwd, en dat bepaalt het hele klankkarakter. Bösendorfer bouwt de kast grotendeels uit massief vurenhout, hetzelfde resonanshout als de zangbodem, zodat het hele instrument meetrilt en de klank van binnenuit ademt. Steinway kiest juist voor een gelamineerde kast van hardhout die de klank terugkaatst naar de zangbodem, wat zorgt voor meer projectie en draagkracht.
Ook in de details verschillen ze. Bösendorfer gebruikt voor elke snaar een eigen aanhangstift en een losse capodaster met stelschroeven, wat extra stabiliteit en fijne controle over de toon geeft. Steinway deelt snaren over de aanhangstiften en verwerkt de capodaster rechtstreeks in het gietijzeren frame, wat de bouw efficiënter en het geheel bijzonder stabiel maakt.
Beide merken bouwen elk instrument grotendeels met de hand en doen daar ongeveer een jaar over. Interessant detail: Bösendorfer is sinds 2008 eigendom van Yamaha, maar behield zijn eigen werkplaats, vakmensen en Weense bouwtraditie. De onderstaande tabel vat de kernverschillen samen.
| Kenmerk | Steinway | Bösendorfer |
|---|---|---|
| Herkomst | New York (1853) & Hamburg | Wenen (1828) |
| Klank | Krachtig, helder, projecterend | Warm, zingend, transparant |
| Kastbouw | Hardhout, kaatst klank terug | Massief vuren, trilt mee |
| Sterk in | Grote zalen, breed repertoire | Solo, kamermuziek, intieme zaal |
| Bijzonderheid | Wereldwijde concertstandaard | Imperial met 97 toetsen |
Wilt u eerst breder oriënteren, kijk dan bij ons overzicht van de beste pianomerken.
Wie een Steinway hoort, valt meestal eerst het volume en de heldere projectie op: de toon draagt ver en houdt zich staande in een volle concertzaal of tegenover een orkest. Een Bösendorfer maakt juist indruk met warmte en transparantie. De toon zingt, de bas is rond en de boventonen zijn rijk, waardoor akkoorden helder en gelaagd blijven klinken, ook zacht.
Die karakters passen bij verschillende muziek en ruimtes. De draagkracht van een Steinway komt tot zijn recht op het grote podium en in vrijwel elk genre. De intieme, romantische klank van een Bösendorfer schittert in solorepertoire, kamermuziek en kleinere zalen, waar subtiliteit en klankkleur belangrijker zijn dan puur volume.
Welke klank u aanspreekt, is uiteindelijk persoonlijk. Herkent u dit soort afwegingen ook van andere merken, dan is ons artikel over Yamaha vs Steinway een mooie aanvulling. Ons advies blijft hetzelfde: speel beide en laat uw oren kiezen.
Het bekendste kenmerk van Bösendorfer is de uitgebreide toonomvang van de grootste modellen. Waar een gewone vleugel 88 toetsen heeft, telt de 290 Imperial er 97: negen extra bastonen die het bereik uitbreiden tot de lage C, oftewel acht volle octaven. De iets kleinere 225 heeft vier extra tonen. Die diepe snaren laten de hele zangbodem meeklinken, wat de rijke, volle bas van een Bösendorfer verklaart.
De Imperial ontstond rond 1900 op suggestie van componist Ferruccio Busoni, en componisten als Bartók, Debussy en Ravel schreven werken die dat extra bereik benutten. Bij Steinway is de toonomvang altijd de klassieke 88 toetsen, met de nadruk op maximale draagkracht en gelijkmatigheid over het hele klavier.
Zoekt u het gevoel van zo’n instrument, dan ervaart u dat het best achter een echte concertvleugel. Wij laten u graag horen wat die extra bastonen met de klank doen.
Beide merken zitten in het absolute topsegment, met Bösendorfer als het nog zeldzamere van de twee. Een nieuwe Steinway-concertvleugel, model D, ligt gemiddeld tussen de 160.000 en 200.000 euro. De vlaggenschip Bösendorfer 290 Imperial heeft een adviesprijs van rond de 360.000 dollar, mede door het handwerk, de omvang en de kleine aantallen waarin hij wordt gebouwd.
Ook op de tweedehandsmarkt blijven beide merken waardevast. Een gebruikte Bösendorfer Imperial wisselt afhankelijk van bouwjaar en staat voor tienduizenden euro’s van eigenaar, terwijl een tweedehands piano van deze merken doorgaans vlot en tegen een sterke restwaarde wordt verkocht. Meer over de prijsopbouw van het topsegment leest u in ons artikel over de duurste Steinway vleugel.
Wie zo’n investering overweegt, kijkt niet alleen naar de prijs maar ook naar zeldzaamheid en herkomst. Bösendorfer wordt in kleinere aantallen gebouwd dan Steinway, wat de exclusiviteit versterkt.
Bij Schumer helpen wij u zonder vooropgezette voorkeur kiezen, omdat het antwoord op Steinway vs Bösendorfer echt per pianist verschilt. Elk instrument in onze showroom is in onze eigen werkplaats nagekeken, gestemd en waar nodig gerevideerd, zodat u twee goed onderhouden vleugels eerlijk met elkaar vergelijkt.
Wij zetten de instrumenten graag naast elkaar zodat u het verschil in klank hoort en de aanslag onder uw vingers voelt. Onze vleugels staan speelklaar, en onze adviseurs leggen rustig uit waar u bij elk merk op let, van herkomst en bouwjaar tot onderhoudsstaat. Bekijk ook ons ruime aanbod Steinway-instrumenten en de rest van onze piano’s, of neem contact op zodat we met u meedenken vanuit meer dan honderd jaar ervaring.
Heeft u een vraag over een piano of vleugel of wilt u een instrument komen bespelen? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op. U bent van harte welkom. Natuurlijk ook zonder afspraak.
Pasmaatweg 10
7556 PH Hengelo (OV)
Dinsdag t/m vrijdag van 10.00 tot 18.00 uur
Zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur
Zondag en maandag gesloten.